De literatuurlijst
Voor velen is de tijd weer aangebroken dat je met je literatuurlijst
voor school naar de bibliotheek moet. Voor sommigen een uitdaging,
voor sommigen een regelrechte ramp. Boeken uitkiezen en lezen met een
taai mondeling in het vooruitzicht. De een leest ze in een zucht uit.
De ander slaakt zucht na zucht, want er is niet door te komen.
Mijn eerste tip: begin op tijd. Zelf begon ik destijds veel te laat.
Dat brak me op, want tegen de tijd dat ik m’n mondeling had, las ik
enkel nog maar uittreksels.
Mijn tweede tip is dan als vanzelf: lees niet alleen het uittreksel,
maar ook het boek zelf. Je docent weet toch wel wat er in het
uittreksel staat.
Maar goed, je begint op tijd en je bent vast van plan het boek zelf
te lezen. Je neemt je literatuurlijst eens door. Je merkt dat er wat
bekende titels op staan. Titels die de school rondfluisteren. Ze zijn
makkelijk te lezen en niet al te dik. Er staan ook boeken op die je
helemaal niet kent, de schrijver niet en de titel niet. En jij moet
je keuze maken.
Als je al eens eerder een boek van een bepaalde schrijver hebt
gelezen, weet je al snel of je nog een boek van die schrijver pakt.
Toen ik vijftien jaar geleden op de Guido de Brès zat, lazen we
klassikaal het boek Het bittere kruid van Marga Minco. Hoewel mijn
mening over dat boek later veranderde, vond ik dat boek toen
vreselijk om te lezen. Het zou niet in me opgekomen zijn een ander
boek van Minco op mijn lijst te zetten.
Het tegendeel overkwam me bij het boekje De herberg met het
hoefijzer, van Den Doolaard. Aangestoken door het literatuurvirus,
las ik in mijn vrije tijd steeds meer literatuur. Andere boeken van
Den Doolaard volgden. Toen deed ik een ontdekking. Een ontdekking die
een dilemma voor me werd. Terwijl het ene boek van een auteur
verantwoord was, bleek een ander dat niet te zijn. De boeken van Den
Doolaard vond ik echter zo goed geschreven, dat ik zijn boeken waarin
zondige scènes in voorkwamen niet kon wegleggen. Die strijd maakte ik
onlangs weer mee, toen ik het tweede deel van Het Bureau, Vuile
handen van J. J. Voskuil las. Het boek pakte me. Totdat er, vrij snel
na elkaar, drie keer een vloek van de bladzijde spatte. Ik bracht het
boek direct terug naar de bibliotheek, onuitgelezen.
Jij weet de andere voorbeelden wel te bedenken waarom je een boek zou
moeten wegleggen. Weet je niet zeker of je een boek kunt lezen, kies
en lees je boek niet zonder een gebed om bewaring voor zonden. Praat
er over met je leraar, win advies in bij medeleerlingen of je broer
of zus. Mijn laatste hint is dan ook niet bang te wezen de vraag te
stellen: “Kun je dit lezen?”