Interview met Marijn van der Meijden
Alweer een paar maanden is Marijn van der Meijden actief op de +19 als voorzitter. In het onderstaande interview maak je verder kennis met hem. Met dank aan Gerdiene Zoeteman en Charlotte ten Hoor.
Al sinds enige tijd ben je de nieuwe voorzitter van de +19-vereniging. Waar dacht je aan, toen jou gevraagd werd deze taak op je te nemen? Zag je er tegen op, of had je er juist zin in?
De vraag overviel me een beetje. Omdat wij nog vrij kort (3 jaar) in de gemeente zijn, kennen wij nog niet veel mensen. En was het een vreemd idee gevraagd te worden voor een vereniging die je niet kent. Maar ik vind het ook erg leuk om een steentje te kunnen bijdragen in de gemeente. De eerste paar jv-avonden zag ik er wel een beetje tegen op.
Hoe heb je de eerste tijd op de + 19 ervaren? Wat spreekt je aan op de JV-avonden?
Als heel positief. De gesprekken zijn open en soms best direct. De onderwerpen die behandeld worden zijn goed uitgewerkt en doordacht. Een groot deel van de leden is actief betrokken bij de jv-avonden. De paasactiviteit was wel even een doorbijtertje. Zulke activiteiten moet ik maar langzaam opbouwen, denk ik.
Kun je iets vertellen over je jeugd? (Bijv. Waar ben je geboren en getogen? Welke opleiding(en) heb je na de basisschool gevolgd? Ben je altijd lid geweest van een kerkelijke gemeente?)
Volgens mijn ouders en mijn paspoort ben ik geboren in het Willem Alexander ziekenhuis in ’s Hertogenbosch. We woonden als gezin in Nederhemert, een klein dorp (1500 inwoners) in de Bommelerwaard. Ik woonde daar samen met mijn ouders, 2 broers en 3 zussen. Ik was de derde in rij na 1 broer en 1 zus. Acht jaar lang heb ik op de basisschool gezeten in Nederhemert. Na de basisschool 5 jaar de Gomarus in Gorinchem bezocht (25 km, met de bus of fiets en de laatste twee jaar op de scooter). Na de Havo werd het Bedrijfskundige Informatica op de Hogeschool van Utrecht. Dat was binnen 10 weken al een totale mislukking. Daarop besloot ik de lerarenopleiding aardrijkskunde te volgen aan de Hogeschool van Utrecht.
Wat doe je in het dagelijks leven? Wat vind je de leuke en minder leuke kanten van dat beroep? Heb je dit beroep altijd al willen uitoefenen?
Op de basisschool riep ik al dat ik meester wilde worden. Op mijn zestiende vond ik het zo’n dwaas idee om het onderwijs in te gaan, dat ik voor een ict-opleiding koos. Gelukkig was dat dwaze idee weer snel terug. De lio-stage in het laatste jaar van de lerarenopleiding volgde ik op de Gomarus, mijn oude school. Na de stage kon ik daar blijven en inmiddels geef ik daar 4 jaar aardrijkskunde. Minder leuke kanten van mijn beroep ben ik nog niet tegengekomen.
Heb je vroeger ook een jeugdvereniging bezocht? Zo ja, was die te vergelijken met de JV nu? Wat was er anders? Wat vond je ‘vroeger’ beter, en wat minder goed in vergelijking met onze JV nu?
We woonden in Nederhemert, maar we gingen naar de Gereformeeerde Gemeente van Aalst (5 km verderop). Dat is een kleine gemeente van zo’n 250 mensen. Te klein voor een vereniging. In Poederoijen was wel een jeugdvereniging (+16) waar verschillende jongeren uit de gemeente van Aalst en van de Gereformeerde Gemeente van Brakel naar toe gingen. De opkomst varieerde sterk. Enkele jaren was het ledental zo’n 10 personen tot soms jaren met 30 leden. Een nadeel van de +16 daar was het grote leeftijdsverschil tussen de jongste en de oudste deelnemers (er was nl. geen +19 o.i.d.). Beter? Op de jeugdvereniging zat een alleraardigst en heel knap meisje waar mijn oog op viel. Inmiddels is ze mijn vrouw (Elisabeth), en hebben we samen een dochtertje: Jessica.
Zou je de JV op bepaalde punten willen verbeteren? Op welke punten? Waarom?
Ik ben volgens mij niet gevraagd om een reorganisatie op poten te zetten, dus houd ik het graag zoals het al langere tijd loopt. Voor volgend jaar moeten we wel proberen de opkomst bij districtsavonden en winterconferenties te vergroten. In het verleden gingen we met de jv van Poederoijen ook altijd met zoveel mogelijk personen naar deze bijeenkomsten. Ik heb dat altijd als zeer positief en zinvol ervaren. Misschien moet je deze vraag over een langere tijd nog maar eens stellen.
De laatste tijd neemt het aantal bezoekers van een JV-avond helaas wat af. Heb je een idee om de opkomst van het aantal leden te vergroten?
Volgens mijn compagnons gebeurt dat elk jaar rond deze tijd. Dat geloof ik dan maar.
Het contact op de verenigingen kan de band met de kerkelijke gemeente versterken, daarom hoop ik dat de opkomst groot blijft, zodat de band met de gemeente ook blijft.
In het interview met Hans Silfhout gaf deze de volgende tip aan zijn opvolger ‘Aan de ene kant oppassen dat je niet te belerend bent naar de jeugd toe. Aan de andere kant moet je ook oppassen dat je het wel genoeg bent.’ Wat vind je daarvan? Past dit bij jou?
Wat zou ik tegen een ouwe rot in het vak moeten inbrengen? Ik hoop zijn advies zeker op te volgen.
Welke boodschap wil je nog meegeven aan de JV-leden?
‘Bidt zonder ophouden’ (1 Thess. 5:17). Dat is het belangrijkste advies wat ik mee wil geven. Daarnaast wil ik iedereen (jv-leden en niet jv-leden) oproepen om vooral regelmatig te jv te bezoeken om met elkaar na te denken over het geloof en elkaar te helpen als christen te staan in onze maatschappij.