Interview met Martin Rozema
Martin Rozema is officieel sinds januari de nieuwe leidinggevende van de +16. Al een aantal avonden is hij in ons midden geweest. Lees hieronder het interview met hem. Met dank aan Willianne de Jong.
1. Een tijdje geleden ben je gevraagd om Jan Troost te gaan vervangen als leiding voor de +16 JV. Wat dacht je toen jou gevraagd werd deze taak op je te nemen?
De JV +16 vergaderd op zondag avond of liever de dag des Heeren. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen, dat deze avond niet mijn voorkeur heeft. Uiteraard hebben daar eerst over na moeten denken. Dominee Joose had door de telefoon al gezegd: Het gaat om de + 16 en ’s avonds kwam hij bij ons langs. Enerzijds denk en bid je: is dit de weg, die de Heere wil en nog belangrijker is dat in Zijn gunst. Aan de andere kant denk je ook aan allerlei praktische bezwaren. Je moet je gezin achterlaten op een avond, waarop je altijd als gezin thuis bent. Er is ’s avonds dus géén tijd om bij het orgel een psalm te zingen met de kinderen of in een boek te lezen. Je gezondheid is (n.a.v. een hersenvliesontsteking in de zomer van 2007) nog steeds niet optimaal enz. Aan de andere kant: het is goed om met jongeren na te denken over (onderwerpen uit) Gods Woord. Je mag, als de Heere het zegent, dienend, toerustend en vormend bezig zijn. Het is dus ook héél mooi werk.
2. Je bent al enkele keren aanwezig geweest op de verenigingsavonden, hoe heb je deze eerste tijd ervaren? Wat spreekt je aan in onze JV?
De JV avonden, die ik tot nu toe bijgewoond heb, waren positief als het gaat over de orde die er was; de betrokkenheid op het onderwerp; de soepelheid in het opnemen van verantwoordelijkheden en taken; en de positieve sfeer die er heerste. Ook de samenwerking tussen de verschillende leidinggevenden van de +16 en + 19 en niet te vergeten de activiteitencommissie vind ik positief.
3. Zou je ons iets kunnen vertellen over je jeugd? Bijvoorbeeld de plaats waar je geboren en getogen bent, opleidingen, ontmoeting met je vrouw.
Niet Hendrik Ido Ambacht, maar Rotterdam is de plaats waar ik geboren ben. Na Rotterdam hebben we enkele jaren in Oosterland gewoond. Daarna zijn we, toen ik een jaar of drie was, naar Hendrik Ido Ambacht verhuist.
Aanvankelijk lag leren mij niet zo, hoewel ik –achteraf gezien- daarvoor wel talenten had ontvangen. ‘k Hield echter véél van mijn vrijheid en hield erg véél van sport.
Na het VMBO diploma ben ik gaan werken en leren in de autoschadebranche, tussendoor heb ik ongeveer twee jaar in de groente en fruithandel gewerkt bij mijn vader in het bedrijf. Voor beide branches haalde ik verschillende diploma’s.
De Heere werkte echter een verlangen in het hart om ooit als docent godsdienst werkzaam te mogen zijn in het onderwijs. Met de nodige beproevingen heb ik hiervoor met de hulp van de Heere via de HBO CGO mijn bevoegdheid mogen behalen.
Dan de ontmoeting met mijn vrouw. Het is wel leuk om te vertellen, dat we nadere kennis aan elkaar kregen na een +21 verenigingsavond. Inmiddels mogen we meer dan 10 jaar getrouwd zijn en rijk gezegend met 3 kinderen: Henk, nu 7 jaar; Gertjan, nu 5 jaar en Elma, nu 2 jaar.
4. Je werkt in het dagelijks leven op het Hoornbeeck College. Is dit het beroep wat je altijd had willen uitoefenen? En wat zijn de positieve en negatieve aspecten van het vak?
Zoals ik hierboven al schreef is het de Heere Zelf geweest, die het verlangen hiertoe heeft gewerkt. Zelf heb ik dat nooit gezocht. Het is Zijn genade alleen, dat ik mijn vermaak niet meer wilde zoeken in wereldse zaken. Daarmee wil ik overigens niet beweren dat werken in genoemde branches werelds is.
Het positieve van het vak is vooral, onder de zegen van de Heere, het dienend, toerustend en vormend bezig te mogen zijn. Uiteraard brengt dit een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Verder spreek ik liever over de soms minder leuke dingen in plaats van negatieve aspecten. Minder leuk kan het zijn, dat je ’s avonds vaak nog druk bent met voorbereiden. Of, wanneer je studenten teleur moet stellen. Het kan ook teleurstellend zijn, wanneer je merkt dat er weinig is blijven hangen van de stof die je behandelde.
5. Heb je vroeger zelf een JV bezocht? Zo ja, hoe is het je daar bevallen?
Enige tijd bezocht ik de -12 de +19 en de 21+. Het beviel mij toen over het algemeen goed. Een enkele keer heb ik zelf een inleiding verzorgd.
6. Wat vind je van de structuur, sfeer e.d. op onze JV? Zou je hierin iets ten positieve willen veranderen?
De structuur is beduidend anders dan in de tijd, dat ik de JV bezocht. Er is veel in positieve zin veranderd aan de structuur. De inleiders kregen een prominentere rol; taken en verantwoordelijkenheden zijn over meer schouders verdeeld onder leden van de JV en de activiteitencommissie; er worden meerdere verwerkingsvormen toegepast.
De sfeer vind ik persoonlijk erg goed, betrokken en gezellig.
Het lijkt me goed met elkaar vinger aan de pols te houden, dat er een juist evenwicht is tussen de onderwerpen die worden behandeld en het gebruik van het Woord van God. Graag wil ik daar met jullie nog over van gedachten wisselen.
7. Welke boodschap wil je meegeven aan de JV-leden?
De boodschap die ik wil doorgeven is al héél oud, maar blijft actueel! Vanaf onze val zijn wij mensen geestelijk dood gevallen, nadat we het proefgebod in het paradijs hadden overtreden. We lezen echter in Genesis 3:15: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar Zaad; Datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult Het de verzenen vermorzelen. Er is dus in het Vrouwenzaad nog redding mogelijk. Rust niet, voordat je mag weten, dat Zijn bloed door Zijn Geest toegepast is aan de deurposten en bovendorpel van jouw hart.
Tenslotte:
Er zijn situaties denkbaar, dat je het niet eens bent. Kom dan alsjeblieft naar me toe. Samen met jou (jullie) gaan we dan op zoek naar antwoorden op grond van Gods Woord en de belijdenis.