Inleiding Ruth
Het boek Ruth speelt zich af in de tijd van de richters, aan het einde van de 12e eeuw voor Christus. In die tijd was er een hongersnood in Israel. Er was ook grote droogte in Bethlehem. De droogte was een straf van God over de ongehoorzaamheid van Israel.
Sommige Israëlieten ontvluchten de honger en gaan naar Moab omdat daar geen hongersnood is. Moab is het buurland van Israel waar opdat moment betrekkelijk goede contacten mee waren. Dat is anders geweest. Bijvoorbeeld toen Israel naar Kanaän ging en de koning van Moab, Bileam riep om het volk te vervloeken. Maar nu waren de betrekkingen tussen de 2 landen beter en mochten de Israëlieten die op de vlucht waren voor de honger daar als vreemdeling verblijven en hun eigen godsdienst blijven beoefenen en een stuk land bebouwen.
In Bethlehem woonden Elimelech, Naomi en hun 2 zoons Machlon en Chiljon. Ook zij hebben last van de hongersnood en besluiten naar Moab te gaan. Dit is echt een heel eind van ongeveer 400 km. Dit moesten ze te voet doen.
Als ze in Moab wonen gaat het voorspoedig met ze totdat Elimelech sterft. Naomi blijft met haar twee zoons achter.
Machlon en Chiljon trouwen met de Moabitische vrouwen Orpa en Ruth. Dit was in de wet verboden voor een Jood, hij mocht niet met een heidense vrouw trouwen. Uit de twee huwelijken worden geen kinderen geboren. 10 jaar na het vertrek uit Bethlehem overlijden Machlon en Chiljon kort na elkaar. Nu blijft Naomi alleen achter met Orpa en Ruth
Als ze hoort dat er weer eten is in Israel wil ze terug naar Bethlehem. Orpa en Ruth willen mee maar Naomi raadt ze dat af. Ze heeft namelijk geen kinderen meer waar Orpa en Ruth mee zouden kunnen trouwen. Als ze in Moab blijven kunnen ze opnieuw trouwen en een gezin stichten. Dat kunnen ze niet als ze met Naomi mee gaan naar Bethlehem, Joden mogen immers niet met heidense vrouwen trouwen. De enige uitzondering hierop zou zijn als Naomi nog andere zonen had. Ze wil daarom dat ze in Moab blijven voor hun eigen bestwil.
Uiteindelijk gaat Orpa op de grens van Moab en Israel terug naar huis, maar Ruth zegt dat zij niet terug gaat naar Moab. Ze zegt: ‘Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God’.
De reis wordt nu door Naomi en Ruth gezamenlijk voortgezet naar Bethlehem. Wanneer ze daar komen wordt Naomi direct herkend. Maar door alle tegenslagen is ze zo getekend en oud geworden dat de dorpsgenoten zeggen: ‘Is dit Naomi?’ Ze zegt daarom ook tegen hen: ‘Noem mij geen Naomi meer maar noem mij Mara.’ Dat betekent: bitter bedroefd om wat de Heere mij heeft aangedaan.
Als ze in Bethlehem wonen gaat Ruth aren rapen tijdens het oogsten. Het was een gebruik in Israël dat zij die geen eigen land hadden om van te oogsten, mochten oprapen, achter de maaiers aan, wat op de grond viel.
Ruth komt bij “toeval” op het veld van Boaz. Daar gaat ze aan het werk. Als Boaz op zijn land komt en haar ziet werken wil hij weten wie ze is. Hij roept een knecht bij zich en vraagt dit na. Hij krijgt te horen dat het Ruth de Moabitische is en dat ze ijverig en hard werkt. Boaz gaat naar haar toe en zegt dat ze met de knechten mee mag eten en mag drinken zoveel ze wil. Ze krijgt zoveel dat ze overhoud en dit mee kan nemen naar Naomi. Verder beveelt Boaz zijn maaiers om extra aren voor Ruth te laten vallen. En dat ze mag lopen waar zij nog bezig zijn met binden van schoven.
Boaz ziet dat Ruth erg hard werkt voor Naomi. Daardoor is zij hem opgevallen. Als vreemdelinge was ze immers niet verplicht geweest met haar schoonmoeder mee te gaan naar Israel.
Als Ruth thuiskomt bij Naomi en alles laat zien vraagt deze waar en bij wie ze is geweest om aren te rapen. Als Ruth verteld bij wie ze is geweest blijkt dat Boaz geen onbekende van Naomi te zijn. Hij is zelfs een van de lossers.
In Israël was het gebruik dat wanneer een vrouw getrouwd was en haar man overleed en er geen kinderen waren de eerste mannelijke bloedverwant met deze vrouw ging trouwen. Ook al was deze bloedverwant al getrouwd. Dit met het doel dat de vrouw nageslacht kreeg dat later voor haar zorgen kon.
Naomi ziet nu: er is wel een toekomst voor Ruth. Boaz kan hun losser zijn. Daarom beveelt Naomi Ruth ‘s nachts naar de dorsvloer te gaan om daarover te gaan praten met Boaz. Boaz verblijft namelijk op de dorsvloer om te voorkomen dat dieven het graan zullen stelen.
Boaz schrikt 's nachts wakker en merkt dat er iemand op de dorsvloer is. Het is Ruth. De jonge vrouw die zijn aandacht heeft getrokken omdat ze zo zorgzaam voor haar schoonmoeder is. Hij vraagt haar wat ze komt doen. Ruth zegt dat ze komt vragen of hij haar losser wil zijn. Boaz zegt dat hij dit wel wil maar dat er nog een ander is die losser kan zijn en dat die persoon dichter bij de familie staat.
Boaz zorgt goed voor Ruth. Hij laat haar eerst slapen zorgt dan dat ze ongezien weg kan maar niet met lege handen. Hij geeft haar veel graan mee. Naomi ziet in de grote hoeveelheid graan die Ruth heeft meegekregen een positief teken dat het goed zal komen.
Nu moeten Ruth en Naomi wachten: het is nu Boaz die aan zet is.
Boaz zorgt voor de benodigde getuigen en laat de eerste losser weten dat Naomi een stuk grond gelost moet hebben maar dat aan het "lossen" ook nog iets anders verbonden is: trouwen met Ruth. De eerste losser, al gehuwd, kan niet en het land terugkopen en ook met Ruth trouwen. Dat zou teveel kosten om zijn gezin te kunnen onderhouden. De "deal" wordt gesloten door elkaar een schoen te geven (rituele handeling waarbij de een de ander symbolisch zijn bezit overhandigd). Boaz mag de grond "lossen" (kopen) voor Naomi en krijgt daarmee ook de verplichting om Ruth te "lossen".
De oudsten van de stad zijn getuigen van deze handeling en zij spreken een zegenbede uit. Wonderlijk is het dat later het koningshuis van Israel uit deze twee voortkomt.
God beloonde het vertrouwen van Ruth in hem; ze kreeg een goed leven, kinderen en daarnaast werden haar nakomelingen de meest vooraanstaande en voorname leiders van Israël. Uiteindelijk werd uit haar familie de Messias geboren.
Zo zien we de trouw van God zelfs voor mensen die bij hem vandaan gaan naar Moab.